In zijn eentje op het toneel!

Lees het interview met Edo Wijnen

Edo

Afgelopen seizoen danste Edo Wijnen helemaal in zijn eentje het stuk Citizen Nowhere. Hij wist het publiek maar liefst 23 minuten lang in zijn greep te houden! Daarom was hij genomineerd voor een Zwaan. Dat is een prijs die dansers krijgen als ze een bijzondere dansprestatie hebben afgeleverd. In dit interview vertelt hij over zijn ervaringen.

Naam: Edo Wijnen
Geboren in: Deurne, België
Bij Het Nationale Ballet sinds: 2010

Wanneer begon je met dansen?
Rond mijn 9e of 10e ben ik begonnen met dansen op een amateurschool in Antwerpen. Ik moest van mijn ouders een hobby vinden. Ik had van alles geprobeerd: basketbal en voetbal en dat soort dingen, maar dat vond ik niet zo leuk. Toen ging ik op dansles en ontdekte al gauw dat ik dansen het leukst vond.

Wanneer ging je naar de dansacademie?
Mijn docenten zeiden dat ik talent had en spoorden me aan om auditie te doen. Dat deed ik en ik kon op mijn 12e aan de slag bij de Koninklijke Dansacademie in Antwerpen. Het was niet meteen mijn droom om danser te worden, maar ik probeerde het gewoon. Mijn ouders hadden twijfels, omdat ze eigenlijk wilden dat ik ook een normaal diploma zou halen. En ik wist dat het een riskant beroep was: je hoeft maar één ernstige blessure krijgen en het kan voorbij zijn.

Hoe zagen je dagen eruit op de dansacademie? 
De danslessen werden afgewisseld met theoretische vakken. We hadden bijvoorbeeld eerst twee uur dansles en dan een uur geschiedenis, en dan weer twee uur dansles en daarna twee uur wiskunde.

Wanneer wist je wel dat je danser wilde worden?
Aan het eind van een voorstelling die ik moest dansen op mijn 12e. Ik moest buigen voor het publiek en was zo onder de indruk van het applaus dat ik plotseling viel! Ik kreeg zoveel energie van het publiek! Dat ik met mijn gezicht op het toneel lag was wat minder leuk, maar ik dacht wel: ‘dit wil ik voor de rest van mijn leven doen!’

Vond je het moeilijk om danser te worden?
Ja en nee. Ja, omdat het veel van je lichaam eist. Je moet heel hard trainen! Ik moest elke dag van 8 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds op de academie zijn. Toen ik ouder werd kreeg ik steeds meer danslessen en steeds minder vakken. Vrienden begonnen uit te gaan en ik kon door mijn opleiding niet altijd mee. Dat vond ik echter niet heel erg. Ik had het er graag voor over.

Nee, omdat ik het zo leuk en gezellig vond, dat ik het allemaal gewoon deed! Ik was een heel actief kind en bewoog graag.

Hoe vonden anderen dat je danser werd?
Heel leuk! Ik werd door iedereen gesteund. Het was in mijn omgeving niet gek dat ik als jongen ging dansen. Er zaten bovendien 6 à 10 jongens in mijn dansklas op de academie.

Je ging direct na de dansacademie naar Het Nationale Ballet. Hoe ging dat?
Het Nationale Ballet was een veilige keuze voor mij. De directeur van het gezelschap had me toevallig al een paar keer zien dansen tijdens danscompetities. Ik zat toen nog op de dansacademie. Hij dacht dat ik wel bij Het Nationale Ballet zou passen maar ik was nog te jong en niet afgestudeerd. Eenmaal afgestudeerd, belde ik Het Nationale Ballet en mocht ik langskomen voor een auditie. Daarna ben ik in het gezelschap opgenomen. 

Daarnaast had ik interesse in het uitgebreide repertoire van Het Nationale Ballet. Het Nationale Ballet doet én grote klassiekers én heel nieuw werk. Daar ben ik persoonlijk heel geïnteresseerd in. Wat ook belangrijk voor mij was, was dat het dichtbij huis is. Ik kom uit een heel gelukkig en fijn gezin en het was heel moeilijk om mijn familie achter te laten. Daarom heb ik er bewust voor gekozen om niet te ver van mijn gezin vandaan te zitten.

Welke rol zou je nog graag willen dansen? Waarom?
Ik zou heel graag ooit op een dag Romeo dansen in Romeo en Julia. Omdat dat voor mij één van de mooiste en uitdagendste rollen is! In theatraal, technisch en artistiek opzicht vind ik de heel interessant. Ik weet niet of ik er goed in zal zijn, maar dat is iets wat ik ooit heel graag wil doen.

Ik wil ook heel graag Bolero van Maurice Béjart dansen. Dat vind ik een droomstuk!

Wat is je lievelingsballet om naar te kijken? Waarom?
Ik vind Het Zwanenmeer één van de mooiste balletten om te zien, maar het moet wel goed uitgevoerd zijn. Wanneer het niet goed gedanst is, vind ik het echt slecht. Ik vind het daarnaast fijn om moderne stukken te ontdekken. Ik kan bijvoorbeeld constant naar stukken van Hans van Manen kijken.

Heb je rituelen voordat je het toneel op moet?
Ja, dat wordt elk jaar erger. Ik kom altijd anderhalf tot twee uur voor de voorstelling in het theater. Ik neem altijd een heel lange warme douche, doe make-up op en neem alle stappen door. Ik zet de muziek van de voorstelling op om in de sfeer te komen. Als het een heel dramatische voorstelling is, of als ik gestrest ben, zet ik ook vaak nog even mijn eigen muziek op. Bij een dramatische voorstelling zet ik bijvoorbeeld Whitney Houston aan om in de sfeer te komen.

Ik draag ook altijd dezelfde broek. Als een repetitie goed ging, dan moet ik de broek aan die ik tijdens die repetitie aanhad. Als de repetitie niet goed ging, doe ik de broek niet aan.

Het wordt elk jaar erger. Dan komen er weer meer dingen bij!

Hoe was het om Citizen Nowhere op te voeren?
Dit was de eerste keer dat ik een stuk helemaal in mijn eentje heb uitgevoerd. Het is niet zo dat ik voor de eerste keer alleen op het toneel stond, want ik heb wel eens een solo van een paar minuten moeten doen bijvoorbeeld. Maar dan ben je onderdeel van een voorstelling met meer dansers. Bij Citizen Nowhere wás ik het ballet. Er is niks anders om naar te kijken. Ik vond dit wel extra spannend.

Je hebt samen met choreograaf David Dawson dit stuk gemaakt. Hoe was dat?
We hebben zo’n intens proces achter de rug. Ik heb echt drie maanden alleen met David en andere betrokkenen gewerkt. In die periode heb ik geen sociaal leven gehad, maar dat was het absoluut waard hoor. David en ik hebben een goede band. We begrijpen elkaar heel goed.

Dus jullie zijn een beetje zoals Hans van Manen en Igone?
Nou, nog niet nee. 

Was het anders om dit stuk in te studeren dan wanneer een bekend stuk als Het Zwanenmeer wordt ingestudeerd?
We hebben veel dingen kunnen uitproberen. Dit kan normaal niet. We kregen veel tijd om aan dit stuk te werken.

Sta je elke dag glimlachend aan de barre?
Nee, maar er is wel elke dag een moment dat ik plezier heb en waarbij ik absoluut sta te glimlachen.

Wat is je lievelingsoefening? Waarom?
Het dansen! Dat komt na de barre. We doen altijd eerst een half uur barre, dan een half uur oefeningen in het center, en dan springen we een kwartier.

Wat is in technisch opzicht je zwakke punt? Iets waar je nog aan moet werken
Er is áltijd iets waar je aan moet werken. Alles moet altijd beter. Per voorstelling concentreer ik me weer op iets anders. Bij Hans van Manen let ik meer op mijn armen en houding bijvoorbeeld. Sommige dingen zijn echter zoals ze zijn en dat wordt ook niet meer beter.

Heb je wel eens een blessure gehad?
Ja, zeker. Mijn linker enkel is heel stijf en in mijn grote tenen heb ik last van slijtage. Daar is soms moeilijk om mee te werken. Het is niet een blessure waar ik voor moet stoppen, maar het is een blessure waar ik rekening mee moet houden. Ik laat het behandelen bij de fysiotherapeut en doe oefeningen. Het is onder controle, maar het doet wel constant pijn.

Heb je nog een beetje vrije tijd?
Ja, maar dat wisselt heel erg. Ik vind het belangrijk om tijd vrij te maken. Ik ben een betere danser als ik me goed voel. En ik voel me goed door mijn vrienden en familie te zien en zo nu en dan uit te gaan. Ik moet een leven hebben, om dat te verwerken in mijn dansen.

Wat ga je doen als je moet stoppen met dansen?
Dat vind ik heel moeilijk. Ik begin er rustig over na te denken, maar wil er niet teveel mee bezig zijn. Ik wil me 100% geven aan dans en niet aan andere dingen denken. Dat heb ik nodig om me op dans te kunnen concentreren.

 

12-10-2017